De filosofische start

Elke maand vind er, in een omgangskunde les, een filosofische les plaats.
Bij filosoferen stelt het de jongeren in staat om vertragend te gaan denken en echt even alleen naar hun binnenste te kijken en te luisteren.
De tijd nemen om elke maand iets op te schrijven aan de hand van filosoferende vragen kan ze zelfs helpen bij stress en bij zelfontwikkeling.
Natuurlijk is het ook een leuke, grappige en uitdagende les. 
Er zijn  3 ‘spelregels’ . . .

  • Leef je uit,
  • Wees zo eerlijk mogelijk (tegen jezelf)  alle antwoorden zijn goed
  • Geniet van het feit dat jij op dit moment de allerbelangrijkste bent.



 



Filosofische start maand september


Goodbye, august
hello september

1.     Voel je je schuldig als je iets verkeerds hebt gedaan?

2.     Wanneer ben je bang en boos tegelijk?

3.     Hoe leer je het verschil tussen goed en slecht?

4.     Moet je altijd doen wat de anderen zeggen?

5.     Geloof jij gemakkelijk wat de anderen geloven?

6.     Mag je doen wat je wil?

7.     Mogen volwassenen meer dan jij?

8.     Wat mag jij meer dan volwassenen?

9.     Doen zwervers wat ze willen?

10. Wanneer denk je alleen maar aan jezelf?

11. Wanneer denk je alleen maar aan anderen?

12. Moet jij vaak iets doen dat je niet graag doet?

13. Hoe voelt het als je iets doet dat niet mag?

14. Houd je altijd rekening met de regels die gelden?

15.  Wanneer ben je het liefst alleen?

16.  Wanneer is het niet leuk om alleen te zijn?

17.  Kan je je ook alleen voelen als je in een groep bent?

18.  ga je doen als je alleen op de wereld bent?

19. Waarom heeft iemand geen vriend(inn)en?

20. Wat doe je als je vriend(in) je vriend(in) niet meer is?

21. Kan jij een goede vriend(in) zijn?

22. Kan iemand leren een goede vriend(in) te zijn?

23. Is een vriend(in) een vriend(in) voor het leven?

24. Kan je van een vijand een vriend maken?

25. Wanneer kan je ieders hulp gebruiken?

26. Hoe luister je naar jezelf?

27. Weet je altijd precies wat je moet doen?

28. Met wie vergelijk jij je meestal?

29. Kan je iets van iemand weten als je naar zijn of haar kleren kijkt?

30. Waarom passen twee personen soms zo goed bij elkaar?